baarhuisje-fangmanweg

De oude algemene begraafplaats in Oosterbeek is gelegen aan de Fangmanweg, tegenover het landgoed Bato’s Wijk. De begraafplaats ter grootte van ca. 1 ha werd in 1856 in gebruik genomen, toen de begraafplaats rond de Oude Kerk van Oosterbeek te klein begon te worden.

Bekende schilders, schrijvers, ondernemers en bankiers
Op deze begraafplaats liggen diverse landelijk bekende personen begraven, waaronder de schrijvers Jacob van Lennep en Augusta de Wit, de dichter Jan van ’s-Gravenweert, de schilders Johannes Bilders, Maria Bilders-van Bosse, Xeno Münninghoff, Tilly Münninghoff-van Vliet en Claas Hendrik Meiners, de directeuren van de Nederlandsche Bank Robert Daniël Wolterbeek en Claude Daniël Crommelin, en de jurist en theoloog Cornelis Willem Opzoomer.

vanlennep-winter

 

1775 personen
In totaal liggen er 1775 geïdentificeerde personen in 978 graven. Het zijn vooral Oosterbekers. Men treft er de namen aan van nu nog bekende families: Rijks, Gerritsen, Van Veelen, Hartgers, Van den Born, Riksen, Hooijer.

Door de  prachtige omgeving van Oosterbeek werden van buiten velen aangetrokken die zich hier vestigden: landgoedeigenaren, gepensioneerde Indiëgangers,  wetenschappers, artsen, onderwijzers, burgemeesters en gemeenteambtenaren, schilders, dichters en schrijvers.

IMG_7547

De begraafplaats is sinds 1983 een gemeentelijk monument, terwijl de grafmonumenten van Jacob van Lennep en Jan van ’s-Gravenweert, alsmede het uit 1856 stammende neo-gotische baarhuisje (zie foto), op de rijksmonumentenlijst staan.

Stichting Begraafplaats Fangmanweg Oosterbeek
De Stichting Begraafplaats Fangmanweg Oosterbeek, opgericht in 2000, spant zich in om met de hulp van vrijwilligers en donateurs de begraafplaats in stand te houden. De Gemeente Renkum zorgt voor het onderhoud van het groen, waaronder vele waardevolle bomen.

IMG_2412

Geschiedenis
Buiten de bebouwde kom, aan de rand van het Zweiersdal, tussen de heidevelden en akkers, werd in 1855 de begraafplaats ingericht. Tot die tijd werden alle doden begraven in en rondom het oude kerkje aan de Benedendorpsweg. Door de toename van de bevolking moest dit kerkje worden uitgebreid. Er bleef toen weinig ruimte over op het kerkhof.

De begraafplaats was een langgerekt terrein met in het midden een baarhuisje, het “drenkelingenhuisje”, dat volgens de wet voorgeschreven was tegen de verspreiding van besmettelijke ziekten en voor het opbaren van drenkelingen en vreemden.

Vermoedelijk werd op 29 april 1856 de eerste dode begraven.

In 1881 werd besloten de begraafplaats naar de oostkant uit te breiden. Daardoor kwam het baarhuisje uit het midden te liggen. De graven in die uitbreiding dateren uiteraard uit 1881 en later.

Doordat de begraafplaats langzamerhand binnen de bebouwing van Oosterbeek kwam te liggen waren er geen mogelijkheden tot verdere uitbreiding. In 1899 werd de nieuwe algemene begraafplaats geopend ten noorden van de spoorlijn Utrecht-Arnhem.

Hierna werden bijna geen nieuwe graven meer uitgegeven. Dat wil niet zeggen dat er niet meer begraven werd aan de Fangmanweg: er hebben vele bijzettingen plaats gevonden. De begraafplaats is sinds 1984 een gemeentelijk monument.

Karakteristiek
De begraafplaats werd in vier klassen ingedeeld. Achteraan was ruimte voor grafkelders en grote familiegraven. Klasse B was voor minder grote familiegraven. Daarvóór was klasse C gesitueerd: ook voor familiegraven, maar weer wat kleiner en  soms zonder grafsteen. Dit was de goedkoopste mogelijkheid. Klasse D is het gazon aan de westkant, waar slechts een enkele grafsteen ligt. Hier liggen velen in algemene graven. Doden werden in een graf begraven tot dit vol was. Hier werden op kosten van de gemeente armen, onbekenden, zwervers en drenkelingen begraven.

Men heeft in de loop van de tijd de klassenindeling niet vast kunnen houden.

Op de begraafplaats treft men een grote variatie aan van grafstenen: van monumentale grafkelders en grafstenen tot een eenvoudige steen met initialen en een jaartal. Opvallend zijn de vele symbolen die werden gebruikt, anders dan de stenen van heden met individuele uitdrukkingen.

De tijd en de natuur hebben hun sporen op de begraafplaats achtergelaten. Op vele plaatsen zijn hekjes in bomen opgenomen. Het buitenhek is één geworden met een beuk. Wortels van bomen hebben graven ontzet en grafstenen gebroken of uit het lood gedrukt.

Ook de gevechten, die hier tijdens de Slag om Arnhem hebben gewoed, hebben schade aangericht.

Op de begraafplaats staan treurvarianten van beuk, es en wilg. Bijzonder zijn de monumentale treurbeuken, waarvan de takken met kabels gezekerd zijn. Verschillende altijd groene bomen en struiken als Thuja, Hulst, Buxus, Taxus, hebben alle gelegenheid gehad om flink uit te groeien.